bovagkeurmerk

040-2076588

Huurvoorwaarden

Algemene verhuurvoorwaarden BOVAG Caravan- en Camperbedrijven (caravan, kampeerauto, vouwwagen of de andere zaak)

Deze Algemene Voorwaarden van BOVAG Caravan- en Camperbedrijven zijn tot stand
gekomen in overleg met de Consumentenbond en de ANWB in het kader van de SER
Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg en treden in werking per 1 mei 2016.

Begripsomschrijving
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
Het gehuurde: de caravan, kampeerauto, vouwwagen of de andere zaak, inclusief de
accessoires die worden gehuurd;
Caravan: een aanhangwagen als bedoeld in het wegenverkeerswetgeving voorzien van vaste
boven-/opbouw;
Vouwwagen: een aanhangwagen als bedoeld in het wegenverkeerswetgeving voorzien van
uitvouwbare/uitklapbare boven-/opbouw;
Kampeerauto: een kampeerauto als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 A3
‘voertuigreglement’, zijnde een personenauto of een bedrijfsauto waarvan de binnenruimte is
ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en
slaapgelegenheid;
Huurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als huurder de huurovereenkomst sluit;
Verhuurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon lid van BOVAG Caravan- en
Camperbedrijven die als verhuurder de huurovereenkomst sluit;
Consument: de huurder die een natuurlijk persoon is en de huurovereenkomst heeft gesloten
voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;
Schade van de verhuurder: de vermogensschade die verhuurder lijdt als gevolg van:
- beschadiging (inclusief abnormale slijtage) of vermissing van het gehuurde of van
toebehoren (zoals een sleutel, de bediening van de alarminstallatie/ beveiliging en
documenten zoals kentekenpapieren en grensdocumenten) of van onderdelen van het
gehuurde. Tot deze schade behoren onder meer de kosten van vervangen van
(toebehoren en onderdelen van) het gehuurde en het derven van huurinkomsten;
- met of door het gehuurde aan persoon of goed toegebracht nadeel, waarvoor de verhuurder,
de kentekenhouder of de aansprakelijkheidsverzekeraar van het gehuurde jegens derden
aansprakelijk is;
Bovenhoofdse schade: schade van de verhuurder veroorzaakt door aanrijding met het deel
van het gehuurde dat zich op een hoogte van meer dan 1.90 meter boven de grond bevindt of
door aanrijding met op het gehuurde bevestigde zaken die zich op meer dan 1.90 meter
boven de grond bevinden;
Bestuurder: de feitelijk bestuurder van het gehuurde;
Schriftelijk: in geschrift of elektronisch;
WAM: Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.

Artikel 1 – Toepasselijkheid
Deze algemene voorwaarden gelden voor huurovereenkomsten van het gehuurde tussen
verhuurder en huurder.

Artikel 2 – Het aanbod
1. Huurder mag kiezen of verhuurder een aanbod schriftelijk of mondeling doet.
2. Een aanbod mag herroepen worden als het aanbod afhankelijk is van de beschikbaarheid
van een te huren voertuig. Anders kan het aanbod 14 dagen lang niet herroepen worden.
3. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van:
- het gehuurde
- de huurtermijn
- de huursom
- de wijze van betalen
- de mogelijk bijkomende kosten
- de hoogte van het eigen risico, of dit eigen risico kan worden afgekocht of niet
- de eventuele waarborgsom of andere manier van het stellen van zekerheid. De
waarborgsom kan contant of op een andere wijze worden betaald.
4. In het aanbod staan de openingstijden van het bedrijf en het telefoonnummer waarop het
bedrijf te bereiken is.
5. Bij het aanbod zitten deze algemene voorwaarden. Lukt het niet deze al mee te geven bij
het aanbod, dan worden de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst
meegegeven, maar bij een telefonisch gemaakte huurafspraak volgen ze later.
6. Op het zelfde moment dat het aanbod wordt gedaan, krijgt huurder ook te horen:
- welke trekkracht de trekkende auto zal moeten hebben,
- tot welk gewicht het gehuurde mag worden beladen,
- welk rijbewijs noodzakelijk is om met het gehuurde te mogen rijden.

Artikel 3 – De overeenkomst
1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod. De verhuurder
bevestigt de mondelinge overeenkomst schriftelijk, maar als dat niet gebeurt, blijft de
afspraak wel staan.
2. De huurovereenkomst geldt voor de periode en het tarief zoals op de huurovereenkomst is
vermeld of zoals op een andere manier is overeengekomen. De huurovereenkomst
vermeldt dag en tijdstip waarop de huurperiode begint en eindigt.
3. Het kan zijn dat partijen afspreken dat er voor meer dan € 15.000,- aan waardevolle
spullen met het gehuurde vervoerd mogen worden. Dan staat er op de huurovereenkomst
wat dit hogere maximum bedrag is. Ook wordt er op het huurcontract verwezen naar een
beperking op de aansprakelijkheid uit art. 13 lid 2 van deze algemene voorwaarden.

Artikel 4 – Ontbinding (bedenktijd)
Huurders hebben gedurende 14 dagen na het tot stand komen van de huurovereenkomst een
ontbindingsrecht. Dit geldt niet als de huurovereenkomst is gesloten in direct contact tussen
verhuurder en huurder binnen een verkoopruimte, bijvoorbeeld aan de verhuurbalie. Het geldt
ook niet wanneer de huur met instemming van de consument tijdens de bedenktijd al is
uitgevoerd en de consument heeft ingestemd met het feit dat er geen ontbindingsrecht geldt.
Is de huur tijdens de bedenktermijn met instemming van de consument gedeeltelijk
uitgevoerd, dan geldt dat de consument de dienst naar rato betaalt bij ontbinding tijdens de
bedenktijd.

Artikel 5 – De prijs en de prijswijzigingen
1. De huursom en eventuele bijkomende kosten zoals prijs per kilometer worden vooraf
overeengekomen. Dit geldt ook voor de eventuele mogelijkheid om tussentijds de prijs te
kunnen veranderen. De huursom en de eventueel bijkomende kosten komen duidelijk op
de huurovereenkomst te staan.
2. Als binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een prijswijziging optreedt,
heeft deze geen invloed op de afgesproken prijs.
3. De consument mag de overeenkomst ontbinden als de prijs omhoog gaat ná drie maanden
na het sluiten van de overeenkomst, maar voordat de huurperiode is begonnen.
4. Het tweede lid is niet van toepassing op prijswijzigingen die uit de wet voortvloeien, zoals
een verhoging vanwege btw.
5. Vaststelling van het aantal met een kampeerauto gereden kilometers gebeurt met de
kilometerteller, tenzij deze kapot is. Is de kilometerteller kapot, dan wordt op een andere
correcte manier het aantal gereden kilometers vastgesteld.
6. Tijdens de huurperiode betaalt de huurder de kosten vanwege het gebruik van het
gehuurde, zoals tolgeld, Eurovignet en de kosten voor brandstof, het reinigen en het
parkeren.
7. Alleen kosten die afgesproken zijn, kunnen aan huurder in rekening worden gebracht. Wel
moet de huurder als daar een reden voor is aan de verhuurder schadevergoeding betalen. De 1e helft van de waarborg wordt na 1 maand vanaf terug brengen van de kampeerauto aan u geretourneerd en de 2e helft van de waarborg wordt na 2 maanden vanaf terug brengen van de kampeerauto aan u geretourneerd. Dit uiteraard minus de door u gemaakte schades, boetes etc.

Artikel 6 – De huurperiode en de overschrijding van de huurperiode
1. Huurder moet het gehuurde uiterlijk op de dag en tijd waarop de huurperiode eindigt
terugbrengen. Het adres staat op de huurovereenkomst. Is er een ander adres afgesproken,
dan moet het voertuig daar op tijd worden gebracht. Verhuurder moet het gehuurde, tijdens
openingstijden, in ontvangst nemen.
2. De huurder mag het gehuurde slechts met toestemming van de verhuurder buiten
openingstijden of op een ander adres terugbrengen.
3. Afspraken over het eerder terugbrengen van het gehuurde binnen de overeengekomen
huurperiode zijn vrijblijvend.
4. Komt het gehuurde niet volgens afspraak terug na het einde van de (eventueel verlengde)
huurperiode, dan kan de verhuurder het gehuurde onmiddellijk terugnemen. De
contractuele verplichtingen van de huurder blijven bestaan tot het moment dat het
gehuurde aan de verhuurder terug is gegeven.
5. Als huurder het gehuurde niet op tijd inlevert, mag de verhuurder de volledige daghuurprijs
in rekening brengen voor elke dag dat het gehuurde te laat terug komt. Daarnaast kan de
verhuurder de daghuurprijs verhogen met € 50,- (voor kampeerauto’s met € 150,-) per dag
voor elke dag te laat. Ook mag verhuurder om een vergoeding voor schade vragen, zowel
voor schade die bestaat, als voor schade die nog zal volgen. Als het onmogelijk is en blijft
het gehuurde terug te geven, dan wordt geen hogere huurprijs in rekening gebracht. De
verhoging van de huurprijs geldt niet als huurder aantoont dat de overschrijding van de
huurtermijn het gevolg is van overmacht.
6. Zodra de verhuurder weet dat hij te laat zal komen met het terugbrengen van het
gehuurde, moet hij dit meteen melden aan verhuurder.

Artikel 7 – Annulering
1. Als een overeenkomst wordt geannuleerd door de huurder, dan kan de verhuurder de
volgende annuleringskosten in rekening brengen:
- bij annulering tot de 42ste kalenderdag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de
huurperiode: 10% van de huursom;
- bij annulering vanaf de 42ste kalenderdag (inclusief) tot de 28ste kalenderdag (exclusief)
vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 35% van de huursom;
- bij annulering vanaf de 28ste kalenderdag (inclusief) tot de 21ste dag (exclusief) vóór de
aanvangsdatum van de huurperiode: 40% van de huursom;
- bij annulering vanaf de 21ste kalenderdag (inclusief) tot de 14de dag (exclusief) vóór de
aanvangsdatum van de huurperiode: 50% van de huursom;
- bij annulering vanaf de 14de kalenderdag (inclusief) tot de 5de dag (exclusief) vóór de
aanvangsdatum van de huurperiode: 75% van de huursom;
- bij annulering vanaf de 5de kalenderdag (inclusief) tot de aanvangsdatum van de
huurperiode: 90% van de huursom;
- bij annulering op de aanvangsdatum van de huurperiode of later: de volle huursom.
2. Annuleringen buiten kantoortijden worden afgehandeld alsof ze zijn gedaan op de
eerstvolgende kalenderdag.
3. Het annuleren moet schriftelijk.


Artikel 8 – Betaling
1. Bij het begin van de huur kan de verhuurder om betaling van een waarborgsom vragen.
Betaling van deze waarborgsom dient om verzekeringstechnische redenen via de bank te
worden gedaan.
2. De waarborgsom wordt in principe terug betaald binnen 1 werkdag nadat het gehuurde is
ingeleverd. De verhuurder kan de dan nog openstaande kosten verrekenen.
3. In geval van schade van de verhuurder wordt dit ook met de waarborgsom verrekend. Dit
terugbetalen zal plaatsvinden zodra duidelijk is welk bedrag er over is. Het terugbetalen
gebeurt binnen twee maanden, maar in geval van schade aan derden binnen zes maanden.
4. Als een andere persoon schade van verhuurder heeft veroorzaakt en verhuurder heeft van
deze derde een volledige schadevergoeding hiervoor gekregen, dan wordt de waarborgsom
binnen 14 dagen na het verhaal van de schade terugbetaald. Verhuurder zal zich inspannen
om schade veroorzaakt door derden zo spoedig mogelijk te verhalen. Verhuurder houdt de
huurder op de hoogte van zijn inspanningen.
5. Als de huurperiode binnen 3 maanden na het sluiten van de overeenkomst begint, dan kan
de verhuurder vooruitbetaling tot 50% van de huur vragen. Tenzij anders is overeengekomen,
moet de huursom onmiddellijk na afloop van de huurperiode betaald worden. Andere
bedragen dienen betaald te worden binnen tien dagen na ontvangst van de factuur. De
huurder dient het verschuldigde bedrag te betalen vóór het verstrijken van de
betalingsdatum. Doet hij dat niet, dan zendt de verhuurder na het verstrijken van die datum
een kosteloze betalingsherinnering en geeft de huurder de gelegenheid binnen veertien
dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering het openstaande bedrag alsnog te
betalen. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering nog steeds niet is betaald, is de
verhuurder gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf het moment van verzuim. Deze
rente is gelijk aan de wettelijke rente. Door een partij te maken gemaakte gerechtelijke en
buitengerechtelijke kosten om betaling van een schuld af te dwingen, kunnen aan de
wederpartij in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is onderworpen aan
(wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel van de huurder worden afgeweken.

Artikel 9 – Verplichtingen huurder
1. De huurder moet netjes met het gehuurde omgaan en zorgen dat hij het gehuurde
gebruikt zoals dat bedoeld is. Het is bijvoorbeeld verboden om het gehuurde te gebruiken
op een circuit, op een terrein waarvoor het gehuurde niet geschikt is, of op een terrein
waarbij vermeld staat dat je er voor eigen risico op gaat.
2. Huurder moet het gehuurde inleveren in dezelfde staat als hij het heeft ontvangen. Dat
betekent bijvoorbeeld dat de huurder eventuele veranderingen aan het gehuurde ongedaan
moet maken. Huurder heeft geen recht op vergoeding als hij verbeteringen aan het
gehuurde heeft gedaan die verwijderd moeten worden.
3. Huurder moet de bagage aan en in het gehuurde zorgvuldig vastmaken.
4. Huurder moet er op letten dat niet iemand het gehuurde gebruikt die hiertoe niet in staat is
vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking. Dit geldt ook voor iemand die niet
bevoegd is om het gehuurde te besturen. Huurder mag het gehuurde verder alleen aan
iemand geven, als deze als bestuurder op het huurcontract staat. Ook moet zo’ n
bestuurder om verzekeringstechnische redenen minimaal 23 jaar oud zijn en moet deze
minimaal 3 jaar zijn rijbewijs hebben.
5. Huurder mag het gehuurde niet doorverhuren.
6. Huurder mag de kampeerauto niet gebruiken voor rijles of voor vervoer van personen tegen
betaling anders dan vanwege ‘carpooling’. Met de kampeerauto mag huurder geen
wedstrijden rijden, of snelheids-, rijvaardigheids- of betrouwbaarheidstesten doen.
7. Huurder mag met het gehuurde naar andere landen wanneer ze op de groene kaart staan.
Er kan schriftelijk iets anders zijn afgesproken.
8. Als het gehuurde kapot is, geldt artikel 10 lid 5 en mag de huurder er ook niet mee
doorrijden als dit het erger maakt. Er mag ook niet worden doorgereden als dit slecht is
voor de verkeersveiligheid.
9. Huurder is verplicht om de personen die het trekkende voertuig besturen, of personen die
de Kampeerauto besturen of die hij de Kampeerauto laat gebruiken, of passagiers van het
gehuurde te wijzen op de regels van de verhuur en er op te letten dat zij zich hier ook aan
houden.
10.Huurder moet netjes omgaan met de sleutels van het gehuurde, met de bediening van
de alarminstallatie/ beveiliging en met de documenten van het gehuurde, zoals het
kentekenbewijs en de grensdocumenten.
11.Huurder moet een WA verzekering hebben voor het trekkende voertuig waarmee het
gehuurde wordt getrokken.

Artikel 10 – Instructies voor de huurder
1. Huurder moet het oliepeil en de bandenspanning van een kampeerauto op niveau (laten)
houden. Vraagt de verhuurder aan huurder om het gehuurde voor normaal onderhoud in te
leveren, dan doet huurder dat, wanneer dit op een normale manier voor hem te regelen
valt. De vraag om het gehuurde voor onderhoud af te geven, wordt niet gesteld als de
huurperiode een maand of korter is.
2. Huurder moet het gehuurde schoon terug geven. Doet huurder dit niet, dan kunnen de
reële schoonmaakkosten in rekening worden gebracht.
3. Huurder moet er voor zorgen dat er in het gehuurde niet wordt gerookt.
4. Huurder tankt met de door verhuurder aangegeven en voor de kampeerauto bedoelde
brandstof, eventueel met die toevoegingen waar de verhuurder om gevraagd heeft.
5. Is het gehuurde zichtbaar kapot, heeft het gehuurde iets beschadigd, of raakt het gehuurde
vermist, dan moet huurder deze instructies opvolgen.
- huurder informeert de verhuurder hierover;
- huurder doet dat wat de verhuurder aan hem vraagt;
- huurder geeft uit eigen initiatief of in reactie op een verzoek alle inlichtingen en
relevante documenten aan de verhuurder of aan diens verzekeraar;
- huurder laat het gehuurde zo achter, dat deze behoorlijk beschermd zal zijn tegen
beschadiging of vermissing;
- het kan zijn dat verhuurder schadevergoeding van iemand anders wil vragen. Het kan
ook voorkomen dat een derde persoon vindt dat verhuurder hem een schadevergoeding
moet betalen en dat verhuurder hier tegen in wenst te gaan. In dit soort gevallen moet
huurder meewerken.
6. Bij ongevallen, beschadiging of vermissing van het gehuurde is huurder daarnaast
verplicht:
- om melding te doen bij de politie ter plaatse;
- om zo spoedig mogelijk een volledig ingevuld en ondertekend schadeaangifteformulier -
aan verhuurder over te leggen;
- om op geen enkele manier schuld te erkennen.
7. Huurder moet verhuurder zo spoedig informeren over:
- het redelijke vermoeden of de zekerheid dat de werking van de kilometerteller
verstoord is;
- dat er iets gebeurd is waardoor er schade aan, of schade met of door het gehuurde
is gekomen, of dat dit soort schade best eens zou kunnen gaan ontstaan;
- het kapot gaan van het gehuurde;
- de vermissing van het gehuurde of van onderdelen/ toebehoren;
- dat huurder op een andere manier de macht over het gehuurde of over dat wat er bij
hoort kwijt is geraakt;
- dat er beslag is gelegd op het gehuurde;
en over andere omstandigheden waarover verhuurder redelijkerwijs geïnformeerd moet
worden.
8. Het kan zijn dat autoriteiten, zoals de politie, aan verhuurder vragen om te zeggen wie
er op een bepaald moment het gehuurde heeft bestuurd of gebruikt. Komt dit voor, dan
moet huurder zo snel mogelijk vragen van verhuurder beantwoorden.

Artikel 11 – Verplichtingen verhuurder
1. Op het moment dat de verhuurder het gehuurde aan huurder meegeeft, heeft het gehuurde
(als het een kampeerauto is) een volledig gevulde brandstoftank en ook de juiste
bandenspanning en het juiste oliepeil, heeft het gehuurde de overeengekomen accessoires
en specificaties en ook de in Nederland verplicht gestelde uitrusting. Ook zal het gehuurde
schoon zijn, goed onderhouden zijn en (voor zover bij verhuurder bekend of kenbaar) in
technisch goede staat.
2. Huurder krijgt kosteloos een upgrade, als er geen te huren voertuig kan worden
meegegeven uit de afgesproken categorie. Zo’ n upgrade lukt niet, wanneer het gehuurde
zich al in de hoogste categorie bevindt.
3. Verhuurder stelt samen met huurder voorafgaand aan de verhuur een rapport op waarbij
eventuele schade die zich al aan het gehuurde bevindt, wordt aangegeven.
4. Verhuurder geeft huurder de vereiste documenten mee, voor aanvang van de huurperiode.
5. Verhuurder zorgt dat er in het gehuurde een Nederlandstalige instructie ligt en ook een
overzicht van telefoonnummers waar huurder zich binnen en buiten openingstijden kan
melden.
6. Op de kampeerauto staat te lezen welk type brandstof -plus eventuele toevoegingen- er
getankt moet worden. Het liefst bij de brandstofvulopening. Ook vermeldt verhuurder op
een duidelijke plek op/in het gehuurde waar de waterpomptank zich bevindt en wat de
hoogte van het gehuurde is.
7. In de Nederlandstalige instructie van het gehuurde staat op welke niveaus het oliepeil
(geldt alleen bij een kampeerauto) en de bandenspanning moeten worden gehouden.
8. Er is adequate pechhulp in Nederland. Pechhulp in het buitenland geldt alleen als partijen
hebben afgesproken dat het gehuurde ook in het buitenland gebruikt mag worden.
9. Onder adequate pechhulp wordt in ieder geval verstaan dat het gehuurde vervangen gaat
worden door een liefst gelijkwaardig object, wanneer er een defect aan het gehuurde zal
moeten worden gerepareerd. Dit geldt alleen als deze reparatie waarschijnlijk langer dan
drie werkdagen zal gaan duren. Kan de huurder intussen niet verblijven in het gehuurde dan vertelt hij dit aan de verhuurder en zal verhuurder het vervangend verblijf betalen.
Indien pech het gevolg is van eigen schuld, dan worden de kosten van de hulp niet door verhuurder vergoed. 10.Indien pech het gevolg is van eigen schuld van de huurder, dan worden de kosten van de hulp niet door verhuurder vergoed. 11.Verhuurder inspecteert het gehuurde direct bij inlevering door huurder op eventuele schade. 12.Verhuurder zorgt voor een in Duitsland noodzakelijke Umweltplakette.
13.In geval van schade aan het gehuurde in het buitenland zijn de kosten van repatriëring van het gehuurde voor rekening van verhuurder, tenzij het tweede lid van artikel 12 van
toepassing is.

Artikel 12 – Aansprakelijkheid van de huurder voor schade
1. Huurder is voor schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het
huurcontract vermelde eigen risico. Bij het gehuurde tot 3500 kilogram is het eigen risico
in geval van bovenhoofdse schade maximaal € 1500,- en voor andere schadegevallen
maximaal € 1000,-.
2. Wanneer de schade volgt uit iets wat de huurder in strijd met artikel 9 wel of niet heeft
gedaan, dan moet huurder de schade van verhuurder in principe volledig vergoeden. Een
eerste mogelijke uitzondering hierop is dat huurder bewijst dat dit handelen of nalaten aan
hem niet toegerekend kan worden. Een tweede uitzondering zou kunnen zijn dat het niet
redelijk en billijk is als de huurder alles moet vergoeden. Een derde uitzondering staat in
lid 3.
3. Lid 2 geldt niet, als er volgens de voorwaarden van de WAMverzekeringsovereenkomst
dekking bestaat voor de vermogens- schade
van de verhuurder die ontstaat omdat deze verhuurder/ de
kentekenhouder/ de verzekeraar van het gehuurde kan worden aangesproken
voor schade van iemand die met of door het gehuurde zelf persoonlijk gewond
is geraakt, of wiens eigendom beschadigd is.
4. Als huurder een andere persoon het gehuurde laat gebruiken, bijvoorbeeld als
passagier of als bestuurder van de Kampeerauto of van het trekkende voertuig,
dan is huurder aansprakelijk voor wat deze personen doen of juist niet doen in
overeenstemming met artikel 12 lid 1 en 2 van deze algemene voorwaarden.
Ook al hadden deze personen niet de instemming van huurder voor hun
gebruik.

Artikel 13 – Gebreken aan het gehuurde en aansprakelijkheid van de verhuurder
1. Wanneer huurder aan verhuurder vraagt om gebreken op te lossen, moet verhuurder dit in
principe doen. Dit hoeft niet als een gebrek echt niet verholpen kan worden. Het hoeft ook
niet, wanneer huurder dit redelijkerwijs eigenlijk niet van verhuurder kan vragen, gelet op
het geld dat verhuurder hiervoor zou moeten uitgeven. Als huurder ten opzichte van
verhuurder aansprakelijk is voor het gebrek of voor de gevolgen van het gebrek, hoeft de
verhuurder de gebreken ook niet op te lossen, zelfs al heeft de huurder hier wel om
gevraagd.
2. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade aan vervoerde zaken door een gebrek aan het
gehuurde wanneer de totale waarde van die vervoerde zaken hoger is dan € 15.000,-,
tenzij dit hogere maximum bedrag is afgesproken, zie artikel 10 lid 7.
Wanneer iemand die persoonschade heeft opgelopen deze schade heeft kunnen verhalen
op zijn eigen schadeverzekeraar of wanneer zo iemand hier een andere uitkering voor
heeft gekregen, dan is verhuurder niet aansprakelijk voor deze persoonschade.
3. Dat wat in artikel 13 lid 2 staat, gaat echter niet op als verhuurder bij het maken van de
huurafspraak van de gebreken wist of had moeten weten, of als er gebreken zijn ontstaan
door opzet of grove schuld van verhuurder.

Artikel 14 – Overheidsmaatregelen en informatie aan autoriteiten
1. De overheid kan een sanctie of een maatregel opleggen tijdens de huurperiode en huurder
moet dan voor de financiële gevolgen betalen. Dit geldt niet, wanneer deze zijn opgelegd
vanwege een defect dat het gehuurde al had toen de huurperiode begon, of wanneer ze te
maken hebben met omstandigheden die binnen de risicosfeer van de verhuurder liggen.
2. Krijgt verhuurder zo’ n sanctie of maatregel opgelegd, dan moet huurder meteen wanneer
verhuurder hierom vraagt de schade vergoeden. Ook moet huurder dan de kosten van
administratie betalen, met een minimum van € 25,- (inclusief BTW). Verhuurder dient die
kosten zoveel mogelijk te beperken. Soms constateert de politie of een andere autoriteit
een verkeersovertreding. Men kan dan van verhuurder informatie gaan vragen over dat wat
er is gedaan of dat wat er nu juist niet is gedaan, terwijl dat wel had moeten gebeuren.
Huurder moet ook hier de kosten van betalen, vanaf € 10,- (inclusief BTW) .
3. Als huurder dat wil, kan hij een kopie krijgen van het officiële document van een sanctie.

Artikel 15 – Beslag op het voertuig, vanwege administratief- / civiel- / straf- recht
1. Alle regels van de huurafspraak blijven bestaan, ook al is er beslag gelegd op het
gehuurde. Zo moet huurder bijvoorbeeld de huur blijven betalen. Dit totdat het gehuurde
weer bij verhuurder is teruggekomen, zonder een beslag. Dit geldt niet, als beslag is gelegd
om iets dat in de risicosfeer van verhuurder ligt.
2. Huurder betaalt de kosten vanwege zo’ n beslaglegging.

Artikel 16 – Ontbinding van de huur
1. Verhuurder kan de huurovereenkomst beëindigen en het gehuurde terugnemen op het
moment dat:
- huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet
volledig nakomt, tenzij dit niet ernstig genoeg is voor een ontbinding;
- huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat
van faillissement wordt verklaard of op hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
van toepassing wordt verklaard;
- verhuurder van het bestaan van omstandigheden afweet die van zodanige aard zijn dat
hij (als hij hiervan op de hoogte was geweest) de huurovereenkomst niet (op deze wijze)
met huurder zou zijn aangegaan. In dat geval kan verhuurder een vergoeding van kosten,
schade en rente blijven vragen.
2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om het gehuurde terug te geven.
3. Wanneer huurder voor het begin van de huurperiode sterft, wordt de huur ontbonden.
4. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade van huurder ten gevolge van ontbinding op
grond van dit artikel.

Artikel 17 – Klachten en Bemiddelingsregeling
1. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven
worden ingediend bij verhuurder, op tijd nadat huurder heeft ontdekt dat er naar zijn
mening iets niet goed is gegaan. Is huurder te laat, dan kan deze zijn rechten verliezen.
2. Wanneer blijkt dat huurder niet tevreden is met het resultaat van de klachtafhandeling door
verhuurder geldt het volgende. Huurder kan een geschil binnen zes weken na het ontstaan
voorleggen aan BOVAG Bemiddeling. De bemiddelingspoging gaat volgens een reglement
dat huurder en verhuurder vooraf ter kennis is gebracht. Het adres van BOVAG Bemiddeling
is: Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik. Telnr. 0900-2692268 (35 eurocent per minuut). De
klacht moet wel gaan over de uitlegging of uitvoering van deze algemene
huurvoorwaarden. Huurder kan er uiteraard ook voor kiezen de klacht aan de
geschillencommissie voor te leggen.

Artikel 18 – Geschillenregeling
1. Geschillen tussen huurder handelend voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of
beroepsactiviteit vallen en verhuurder over totstandkoming of de uitvoering van
overeenkomsten met betrekking tot door verhuurder te leveren of geleverde diensten en
zaken, kunnen met inachtneming van het hierna bepaalde, zowel door huurder als
verhuurder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Voertuigverhuur. Adres: De
Geschillencommissie, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag (bezoekadres: Bordewijklaan
46, 2591 XR te Den Haag). 2. Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien
huurder zijn klacht eerst tijdig bij verhuurder heeft ingediend. Een geschil ontstaat indien
de klacht van huurder niet naar tevredenheid door verhuurder en/of via de
bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling is opgelost. 3. Leidt de klacht niet tot een oplossing dan moet het geschil uiterlijk 12 maanden na de
datum waarop de huurder de klacht bij de verhuurder indiende, schriftelijk of in een andere
door de Geschillencommissie te bepalen vorm bij deze aanhangig worden gemaakt. Van
een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door verhuurder en/of via de
bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling niet is opgelost. 4. Wanneer de huurder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is
verhuurder aan deze keuze gebonden. Indien verhuurder een geschil aanhangig wil maken
bij de Geschillencommissie, moet hij huurder vragen zich binnen vijf weken uit te spreken
of hij daarmee akkoord gaat. Verhuurder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het
verstrijken van de voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de rechter aanhangig
te maken. 5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor
haar geldende reglement. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden
krachtens dat reglement bij wege van bindend advies. Het reglement wordt desgevraagd
toegezonden. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd. 6. Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is bevoegd
van geschillen kennis te nemen.

Artikel 19 – Nakomingsgarantie
1. BOVAG staat garant voor de nakoming van de bindende adviezen door haar leden indien
verhuurder geen gevolg geeft aan het bindend advies, tenzij het lid besluit het bindend
advies binnen twee maanden na de verzending ervan, ter toetsing aan de rechter voor te
leggen en het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in
kracht van gewijsde is gegaan. 2. De garantstelling van BOVAG betreft een door BOVAG uit te keren bedrag van maximaal
€ 1000,- tegen cessie van de vordering van huurder. Bij bedragen groter dan € 1000,- per
geschil, keert BOVAG onder dezelfde voorwaarden het maximale bedrag van € 1000,- uit
aan huurder. Voor het meerdere wordt huurder aangeboden om zijn vordering aan BOVAG
te cederen, waarna BOVAG de betaling daarvan zo nodig in rechte zal vragen. BOVAG
verbindt zich in dat geval om geïncasseerde gelden aan huurder over te dragen.
3. De garantstelling bedoeld onder lid 2 geldt niet indien een rechter het bindend advies
vernietigt. In geval van faillissement, surseance van betaling of bedrijfsbeëindiging van
verhuurder keert BOVAG alleen een bedrag tot maximaal € 1000,- per geschil uit en geldt
de garantstelling alleen als huurder aan de formele verplichtingen heeft voldaan om het
geschil bij de Geschillencommissie Voertuigverhuur aanhangig te maken voordat van een
dergelijke situatie sprake is.

Artikel 20 – Verwerking van persoonsgegevens van de huurder en van de bestuurder
De persoonsgegevens die worden vermeld op het contract worden door verhuurder als
verantwoordelijke in de zin van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verwerkt in een
persoonsregistratie. Aan de hand van deze verwerking kan verhuurder op sancties en
maatregelen zoals bedoeld in art. 14 reageren, uitvoering geven aan deze voorwaarden, de
overeenkomst uitvoeren, huurder of bestuurder optimale service en actuele productinformatie
geven en huurder of bestuurder gepersonaliseerde aanbiedingen doen. De persoonsgegevens
kunnen ook worden doorgegeven aan gerechtsdeurwaarders, wanneer er wordt getankt,
zonder dat er wordt betaald. Huurder en bestuurder kunnen om inzage en correctie met
betrekking tot de verwerkte persoonsgegevens verzoeken en verzet aantekenen. Betreft het
direct mailing, dan zal een dergelijk protest steeds worden gehonoreerd.
Als verhuurder meedoet aan het Waarschuwing Systeem ELENA (ELENA), dan kunnen de
persoonsgegevens ook hier in verwerkt worden. BOVAG (postadres: Postbus 1100, 3980 DC te
Bunnik) is hier namens haar afdeling Verhuurbedrijven en naast de verhuurder
verantwoordelijke voor. De persoonsgegevens van huurder/proefritmaker/bestuurder kunnen in
ieder geval worden opgenomen als het gehuurde wordt verduisterd, als de huur niet of niet
helemaal wordt betaald en als er met opzet schade komt aan het gehuurde. Zie voor een
volledige opsomming www.bovag.nl/elena. Bij BOVAG kunnen deze personen om inzage en
om correctie vragen en ook schriftelijk hun protest doen.

Artikel 21 – Toepasselijk recht
Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, tenzij op grond van dwingend
recht het recht van een ander land van toepassing is.

Drukversie: juli 2017

© 2018 Beroca camper & caravan B.V. - Heel NL mobiel-vriendelijk met GraagGoedOnline.nl - Sitemap